Kattenluikjes, ik vind ze een goede uitvinding. Vooral de microchip kattenluikjes zijn een musthave wanneer je graag de kat naar buiten wilt laten zonder portier te hoeven spelen. Dit type kattenluikje werkt op de chip die onder de huid tussen de schouderbladen van de kat is aangebracht. Hierdoor wordt het luikje alleen ontgrendeld als de juiste chip geregistreerd wordt. Op die manier kan alleen de eigen kat naar binnen en de buurkatten niet. Voor mij als oppas ideaal. Wanneer de kat vrij naar buiten mag en de tuin is niet afgesloten, voorkom je met een microchip kattenluikje dat de buurkatten ook mee komen eten. Ik kan zo goed in de gaten houden of de kat voldoende eet, ook wanneer hij niet aanwezig is op het moment dat ik de kat kom bezoeken. Het is wel heel belangrijk om dagelijks even de status van de batterijen te controleren en bij het knipperen van het rode lampje de batterijen te vervangen. Je zult niet de eerste zijn die vergeet de batterijen te vervangen, waarna de kat vervolgens voor een dichte ‘deur’ staat. Inmiddels heb ik deze controle meegenomen in mijn routine bij de verzorging van mijn oppaskatjes.

 

Oppaskatje Tom gaat graag naar buiten en zijn eigenaren hebben daarom een microchip kattenluikje in de deur gemonteerd, zodat hij zelf kan bepalen wanneer hij binnen of buiten wil zijn. Tom struint graag de buurt af en soms kom ik hem voor op straat tegen als ik met de auto aan kom rijden.

 

Inmiddels heb ik al een paar periodes op Tom morgen passen en heb ik een standaard routine voor de verzorging. Doordat ik bij Tom niet op hoef te passen dat hij ontsnapt, kan ik tijdens mijn bezoekjes aan hem het huis doorluchten. Zeker wanneer het warm is of is geweest, is het lekker om even een deur open te kunnen zetten.

 

Vandaag is het best een warme dag, maar er staat een koel windje. Tom ben ik op straat niet tegengekomen en bij binnenkomst zit hij ook niet op mij te wachten. Hij is vast nog zijn ronde aan het doen. Ik loop naar de keuken en zet de achterdeur open en roep Tom een paar keer. Hij zal vast in de buurt zijn en snel naar huis komen. Zijn voerbakjes zijn leeg, dus hij heeft goed gegeten en zal wel weer honger hebben. Vervolgens begin ik aan mijn werkzaamheden. Ik zet de voerbakjes en waterbakje in een sopje in de gootsteen en pak een schoon bakje om natvoer op te doen. Terwijl ik het bakje vul, voel ik gewrijf langs mijn benen. Tom heeft blijkbaar honger. Ik begin honderduit tegen hem te praten. “Hoe is het met Tom”? “Heb je een fijne dag Tom?” Ik verwacht geen antwoord, maar het is vrij gewoon voor mensen die dieren verzorgen om met ze te praten. Ik geef hem een aai over zijn bol en zet het bakje bij hem neer. Vervolgens ga ik verder met het afwassen van de bakjes, maar terwijl ik de afwasborstel pak schiet er een gedachte door mijn hoofd. Zag ik het nou goed dat Tom een halsbandje om heeft? Dat had hij gisteren toch nog niet? Ik draai mij weer om en zie tot mijn verbazing twee rode katten van het bordje eten. Ik pak het aangebroken blik natvoer uit de koelkast en vul nog een bakje voor de extra kostganger. Terwijl hij rustig zit te eten, draai ik voorzichtig het kokertje dat aan het halsbandje zit bevestigd los om het briefje te kunnen lezen. Op het briefje staat dat de kat een straat verderop woont. En zijn naam? Tom. Tja, dan is het niet zo gek dat deze kat ook op mijn lokroep is afgekomen. Gelukkig heeft ‘mijn’ Tom een microchip kattenluikje en weet ik dat buurkat Tom niet zijn eten opeet. Vandaag heeft hij echter geluk. Hij stond niet voor een dichte ‘deur’.